vrijdag 29 juni 2012

Hoogbegaafdheid bij kinderen

Een zeer interessant artikel in De Tijd !

School voor onbegrepen whizzkids
Alle schoolkinderen tellen dezer dagen af naar de grote vakantie. Maar Sien, Sven, Jasper en Jonas net iets meer. ‘Mama, ik ga dood op school.’ Hoogbegaafd zijn is geen garantie op een vlotte schooltijd of een succesrijke carrière. Verslag vanuit de slimste klas van het land.
Maandagochtend halftien. Terwijl hun ‘normale’ klasgenootjes gewoon op school zijn, zitten in het Centrum voor Begaafdheidsonderzoek (CBO) in Antwerpen acht kinderen op het puntje van hun stoel in een speciale klas voor hoogbegaafden. Deze week krijgen ze het gezelschap van een ‘échte journalist’. Zodra ik binnenkom, word ik overstelpt met vragen. Ga jij ons interviewen? Mogen we je bandopnemer eens zien? Schrijven jullie in de krant ook over de Zuidpool? Vind je het niet erg dat zoveel bomen worden gekapt om elke dag kranten te drukken? Dit zijn geen ‘gewone’ zes- tot twaalfjarigen.

‘Ik kan het niet!’ - Sien (9)
Sien* komt naast juf Danielle staan. ‘Ik kan het niet’,zegt ze met een iel stemmetje. Op haar blad heeft ze alle vraagstukken die ze het uur voordien heeft gemaakt, doorgeschrapt. Met driftige halen. Op sommige plekken zitten gaten in het papier. Juf Danielle overloopt geduldig de oefeningen. ‘Meisje toch, je had bijna alles juist!’ Een typisch geval van faalangst, besluit Danielle Verheye, die jaren ervaring heeft met hoogbegaafde kinderen. Sien zit een jaar voorop op school. Maar twee keer per week wordt ze uit haar klas in Ninove gehaald en naar de speciale klas in Antwerpen gebracht. Omdat ze op school haar draai niet vindt.

Vanaf september start het CBO met een privéschool voor whizzkids. Elitair volgens sommigen, omdat het prijskaartje 15.000 euro per schooljaar per leerling bedraagt. Onverstandig volgens anderen, omdat je zo hoogbegaafden isoleert. ‘Ik heb meer dan tien jaar getwijfeld’,zegt initiatiefneemster Tessa Kieboom, zich bewust van de gemengde reacties op haar privéschool. ‘Maar ik doe het toch, omdat sommige kinderen zo op de dool raken dat ze niet langer in het reguliere onderwijs terechtkunnen. Als we voor hen geen speciaal aanbod creëren, haken ze af.’ Behalve directrice van het CBO is Kieboom dé autoriteit in het onderzoek en de begeleiding van hoogbegaafden. ‘De privéschool is een laatste redmiddel. Na twee jaar gaan de kinderen opnieuw naar hun gewone school. Maar dan beter gewapend.’

Zorgen, problemen? Hoogbegaafdheid is een luxeprobleem, toch? Wie wil er niet hoogbegaafd zijn en hoge punten halen zonder er een klap voor te moeten doen? Altijd meer weten dan de rest. Altijd sneller klaar met schoolwerk. Zo redeneert het overgrote deel van het onderwijzend personeel in Vlaanderen.

Onderzoek naar hoogbegaafdheid staat nog in de kinderschoenen. In tegenstelling tot autisme, ADHD of dyslexie is er vrij weinig over bekend. Zelfs wereldvermaarde wetenschappers maken al eens een uitschuiver als het over hoogbegaafden gaat. Zo besloot de Amerikaanse onderzoeker Lewis Terman in 1920 een groep van 1.500 ‘superkinderen’ levenslang te volgen. Alle Terman-kids waren tussen acht en twaalf jaar en haalden topscores op intelligentietests. Hij was ervan overtuigd dat ze meer dan één diploma zouden behalen, hoog op de maatschappelijke ladder zouden klimmen, veel geld zouden verdienen en een lang en gelukkig leven zouden leiden. De Terman-kids die vandaag nog leven worden nog steeds opgevolgd. Maar aan het einde van zijn leven in 1957 moest Terman al toegeven dat hij zich schromelijk had vergist. Zijn pupillen hadden lang niet allemaal een fabelachtige carrière en veel geld. Laat staan dat ze allemaal gelukkig waren.

‘Ik heb elke dag verschrikkelijke buikpijn.’ -Sien (9)
Eerlijk, de ouders van Sien zouden al blij zijn als ze hun kind zonder ongelukken aan de drempel van de volwassenheid kunnen afzetten. Sien - lief kind, schrandere oogjes achter een rode bril - heeft geen enkel vriendinnetje op school. ‘Ik voel me anders dan de andere kindjes’, zegt ze nauwelijks hoorbaar. ‘En mijn juf is niet zo lief. Ze is vaak boos en ze roept als ik iets fout doe. Ik weet niet waarom.’

Kristel, de mama van Sien, kwam enkele weken geleden ten einde raad bij het CBO aankloppen. ‘Ze wordt gepest, ze mist lotgenoten. En met haar juf botert het niet.’ De problemen met Sien begonnen al snel na de geboorte. ‘Ik moest voortdurend op zoek naar dingen om haar te boeien. Toen ze peuter was, kocht ik een keer vijf legpuzzels. Ze gooide ze allemaal op een hoop en maakte ze in één keer. Daarna gingen ze de kast in. Ze heeft nooit gespeeld, met niets.’

Kristel dacht dat het beter zou gaan zodra haar dochter naar de kleuterklas ging. Even leek dat ook zo. ‘Wij hoorden van de juffen dat we een doodbraaf kind hadden. Thuis was ze onhandelbaar. Ze deed haar broer en zusje pijn, daagde mij constant uit.’ Sien was nog geen drie en haar ouders zaten met haar al bij een psycholoog. Ook de jaren nadien liepen ze met hun dochter de deur plat bij therapeuten en psychiaters. Niemand kon helpen. ‘De ene sprak van autisme, de andere sprak dat tegen.’Volgens Kieboom worden hoogbegaafde kinderen en hun ouders met de regelmaat van de klok met verkeerde diagnoses naar huis gestuurd. ‘Ik zou ze niet te eten willen geven, al die kinderen die pillen slikken tegen ADHD of die een diagnose autisme kregen, terwijl ze eigenlijk hoogbegaafd zijn.’

Intussen ging het van kwaad naar erger met Sien. Tegen dat ze in het tweede leerjaar zat, crepeerde ze van de buikpijn. ‘Mijn man is kinderarts. Hij helpt zoveel kinderen, maar voor zijn eigen kind kon hij niets doen. Op echo’s zagen we dat de buikwand vol klieren zat. Haar pijn was dus niet ingebeeld, maar kwam door hevige stress. Alleen wisten we niet wat die stress veroorzaakte.’
Sien biecht op dat ze nog altijd elk dag buikpijn heeft. Haar mama zucht. ‘Dat wist ik niet. Ze durft het me niet meer te zeggen. Ik ben er niet trots op, maar als ouder reageer je vaak verkeerd. Kom niet af met alweer buikpijn! Soms begint het gevecht om niet naar school te hoeven al op zondagochtend. Vermoeiend.’

‘School lijkt op een wachtzaal, waar nooit iets gebeurt.’ - Jasper (10)
Psychosomatische klachten bij hoogbegaafde kinderen zijn een gevolg van verveling. Ze hebben van nature een grote leerhonger, maar binnen de vier muren van de school staan deze kinderen op een crashdieet. Jasper: ‘Telkens als we iets nieuws leren, leef ik op. Dan ga ik één miniseconde graag naar school. Maar daarna volgen honderdduizend herhalingen. Ik snap wel dat het voor de andere kindjes nodig is, maar ik word er ziek van. Altijd maar wachten. Eindeloos, tot iedereen klaar is. School is een herhaling van een herhaling van een herhaling…’

Soms worden hoogbegaafde kinderen onhandelbaar in de klas, soms geven ze een ongeïnteresseerde indruk. Maar even vaak zijn het modelleerlingen. Sien: ‘Als ik thuis niet stout ben, kan ik het op school nooit een hele dag volhouden’.

Ouders van hoogbegaafde kinderen krijgen vaak de stempel‘pushers’. Ingrid, de mama van Sven, kan het aantal gesprekken met de schooldirectie niet meer tellen. Al twee keer heeft haar zoon een klas overgeslagen, al drie keer is hij van school veranderd. Sven zit in het derde, hoewel hij nog maar zeven is. ‘Nog geen drie maanden nadat hij in de kleuterschool was begonnen, zaten we in het kantoor van de directeur. Een dovemansgesprek. Ik herkende mijn kind niet. Thuis kon hij al moeilijke puzzels leggen nog voor hij een stap in de peuterklas had gezet. Op school kon hij blijkbaar de simpelste legpuzzel niet en kon hij de basiskleuren niet onderscheiden.’

‘Uw kind is niet hoogbegaafd, want ze haalt niet altijd tien op tien‘ - Kristel, mama van Sien
Ook Sien is intussen van school veranderd, omdat de directeur van de dorpsschool niet warmliep voor het plan om haar te laten aansluiten bij een hogere klas. De boodschap die de ouders te horen kregen, was niet mis te verstaan: ‘Iedereen gelijk voor de wet, de school wil voor één leerling haar beproefde aanpak niet veranderen.’ Kristel: ‘Toen ze aan het einde van de tweede kleuterklas woordjes begon te lezen, zeiden de juffen: ‘Je moet dat tegenhouden, blokkeren, afremmen.’ Wij wisten niet beter.’

Het was een verscheurende keuze, want op de dorpsschool had Sien wel vriendinnen. Maar omdat de psychosomatische klachten erger werden, besloten Siens ouders haar in te schrijven in een grote school in Ninove. Even leek het goed te gaan, de buikpijn verdween. Tot ze in september een nieuwe juf kreeg. ‘Ik herinner me het eerste oudercontact. Uw kind is echt niet hoogbegaafd, hoor. Ze haalt op toetsen lang niet altijd tien op tien. Sien is nu zo bang om fouten te maken dat ze niets meer invult, tenzij ze tweehonderd procent zeker is. Dingen die ze vroeger wel kon, kan ze plots niet meer. Ze gaat achteruit in plaats van vooruit.’

De mama van Sven herkent dat. ‘Soms gaat het een tijd beter. Maar dan komt hij weer terecht bij een leraar die niet gelooft in hoogbegaafdheid. ‘Mevrouw, we denken toch niet dat uw zoon hoogbegaafd is. Tijdens het rekenen zit hij voortdurend naar buiten te kijken.’ Ja, wat wil je, ze leren tot tien tellen en dat kan hij al drie jaar!’

Sven heeft een IQ van meer dan 150 en mocht in de derde kleuterklas al meelezen met de kindjes in het eerste leerjaar. ‘Drie keer per dag liep hij van het kleuterblok over de speelplaats naar de grote school. Hij kon enkel via de toiletten binnen, want de grote deur was te zwaar voor hem.’
Ook voor Sven was dit schooljaar een martelgang. ‘Zijn meester is nog jong en hij staat voor een klas met veel zorgenkindjes.‘Hij heeft hét écht, hè mevrouw. Maar wat moet ik in godsnaam met een zesjarige in mijn klas?’ Na de kerstvakantie zijn we naar de dokter gegaan omdat ons venteke zo bleek werd en de buikpijn niet meer overging. Er zat van alles mis in dat hoofdje. Hij had ook concentratiestoornissen. Weet je wat het moeilijke is: op een bepaald moment kruipt zo’n kind in zijn schulp en kan hij niets meer. En dan vraag je je af: we zijn hem toch niet aan het overstretchen?’

‘Ik begrijp dat mijn kind wordt gepest.’ - Mama van Sien
De mama van Sien aarzelt even. ‘Als ik haar van school ga halen, denk ik soms: het verbaast me niet dat jij wordt gepest. Als ik zie hoe ze zich op de speelplaats gedraagt. Ze staat daar op een tegel als een geslagen hond en verzet geen voet.’

Het vertrouwen in haar juf is zoek. ‘Er zijn zoveel misverstanden geweest, zoveel niet nagekomen beloftes. Sien durft haar niets meer te vragen. Soms zijn er dingen die ze niet weet, omdat ze een klas heeft overgeslagen. Dat 1 kilogram 1.000 gram is bijvoorbeeld. Dan hoor ik mijn hoogbegaafde dochter zeggen: ‘Ik ben dom, ik kan niets.’ Thuis gooit ze haar boeken tegen de muur, maar in de klas is ze altijd braaf en flink.’

Braaf en flink. De mama’s van Sien en Sven hebben een hekel aan die woorden. ‘Braaf en flink maken hen ziek. Het zijn synoniemen voor ongelukkig.’

‘Je moet die kinderen een beetje pushen.’ - Juf Danielle
Typisch aan hoogbegaafde kinderen is dat het ene jaar beter gaat dan het andere. Meestal hangt dat samen met een juf of een meester met wie het klikt. ‘Cruciaal is niet of de leerkrachten boeken hebben gelezen over hoogbegaafdheid. Leerkrachten bij wie hoogbegaafde kinderen openbloeien, zijn diegenen die van nature differentiëren tussen de kinderen’,zegt Kieboom.
Differentiëren is het toverwoord. In zowat alle scholen in Vlaanderen wordt aan differentiatie gedaan voor zwakkere leerlingen. Wie een achterstand oploopt, wordt bijgespijkerd door een leesmoeke of in een telklasje. Wie niet meekan, blijft een jaartje zitten. ‘Het is jammer dat de sterkere leerlingen niet dezelfde voordelen krijgen.’

In de time-outklas van juf Danielle breekt Jonas (eerste leerjaar, één jaar ‘versneld’) zijn zesjarige hoofd over een vraagstuk. Gaultier (8) worstelt met een stamboom. Hij moet alle familieleden rangschikken volgens leeftijd, maar de leeftijden zitten verstopt in een tekst die hij eerst moet ontcijferen. Sven bijt geconcentreerd op het puntje van zijn tong terwijl hij staartdelingen maakt.
Veel leerkrachten voelen zich bedreigd door een wijsneus in de klas, die af en toe een vraag stelt waar ze het antwoord niet op kennen. Maar ook goedbedoelende leraren maken fouten. Als een kind in een mum van tijd alle oefeningen juist heeft opgelost, krijgt het meestal te horen: ‘Prima, meer hoeft echt niet.’ Juf Danielle windt zich daarover op. ‘Die kinderen worden nooit aangemoedigd zich tot het uiterste in te spannen zoals andere kinderen. Veel leraren zijn bang om hen te overbelasten. Maar het is belangrijk om fouten te maken, om te leren dat niet alles vanzelf gaat. Zodra het kind een beetje tegensputtert, zeggen ze: ‘Stop maar, het is normaal dat jij dat nog niet kan.’ Eigenlijk komt het er vaak op neer dat leraren hoogbegaafde kinderen zelf laten beslissen wat ze wel en niet doen. Daardoor wordt zo’n kind nooit gedwongen zijn grenzen op te zoeken.’

‘We zijn gewoon dat we alles kunnen.’ - Louis (9)
Louis beseft al goed waarom hij andere oefeningen moet maken dan zijn klasgenootjes. ‘Wij zijn gewoon dat we alles kunnen. In de grote school zal dat slecht aflopen.’

De analyse van deze negenjarige klopt. Veel hoogbegaafde kinderen krijgen het pas echt moeilijk op de middelbare school of op de universiteit. ‘Het zijn ook vaak deze mensen die vroeg of laat in de problemen komen op hun werk’, zegt Kieboom. ‘Ze zijn nooit tevreden en verliezen zich in perfectionisme. Maar het omgekeerde komt ook voor. Veel hoogbegaafden hebben op professioneel vlak alle ambitie losgelaten en werken aan een band, met het verstand op nul. Thuis bouwen ze dan ingenieuze websites, puur ter compensatie.’

Stilaan richten steeds meer basisscholen ‘kangoeroeklassen’in, waar hoogbegaafde kinderen terechtkunnen. Daar krijgen ze uitdagende taken, maar evengoed leren ze er plannen en een agenda invullen. Juf Danielle geeft naast haar werk bij het CBO ook les in zo’n kangoeroeklas. ‘Het contact met gelijken is belangrijk voor de ontwikkeling. Net zoals omgaan met frustraties. Ze ondervinden dat iets vluchtig lezen soms niet volstaat, dat ze niet altijd kunnen terugvallen op hun fabuleuze geheugen.’

Kieboom is hoopvol, want de afgelopen jaren heeft ze, vooral in het lager onderwijs, een en ander zien veranderen. ‘Het is schrijnend dat in de meeste lerarenopleidingen nog altijd met geen woord over de problematiek wordt gerept, maar op het terrein beweegt toch wat. Steeds meer scholen pikken de signalen tijdig op.’ Of haar initiatief van de privéschool zo niet overbodig wordt? ‘Zou dat niet zalig zijn? Het zou betekenen dat geen enkel hoogbegaafd kind tussen de mazen van het net glipt.’ Maar dat is nog niet voor morgen. Haar school voor onbegrepen whizzkids komt er, maar het wordt geen school voor de lucky few.

Voor ik de school verlaat, geeft Kieboom me nog deze breinbreker mee. ‘Er is nauwelijks iemand die zich afvraagt wat het betekent voor een samenleving als zoveel hoogbegaafde kinderen uit de boot vallen. Onze intelligentie is onze enige natuurlijke grondstof, en net dat hebben deze kinderen op overschot. Van kleins af aan zijn ze getraind om out of the box te denken, om dingen op hun eigen manier onder de knie te krijgen, zonder gebruik te maken van methodes of systeempjes. Beeld je eens in dat je al dat talent kan ontginnen in plaats van het te verkwanselen. Welke wereldproblemen zij misschien kunnen oplossen.’

* De namen van de kinderen uit de time-outklas zijn veranderd om privacyredenen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen